Een 25-jarige man meldt zich met klachten van pijn bij het urineren en een etterige afscheiding uit de urethra. Die begon twee dagen geleden. Voorbije week had hij seksuele contacten met zijn nieuwe partner en met een andere man, met wie hij regelmatig onbeschermde seks heeft. Hij gebruikte hierbij geen condooms. De patiënt heeft geen koorts, maar wel irritatie en een branderig gevoel tijdens het plassen. De afscheiding uit de penis heeft een gele, etterige kleur. De man heeft geen klachten van pijn in de testikels, geen keelpijn en geen anale klachten. U neemt een bloedstaal voor HIV en syfilis af, alsook urethrale, keel- en anorectale wissers voor een soa-PCR en een genitale cultuur.
De volgende dag blijken de PCR van de urethrale wisser en de genitale cultuur beide positief voor Neisseria gonorrhoeae. Het betreft N. gonorrhoeae gevoelig voor ceftriaxone en ciprofloxacine en resistent voor azithromycine. Er wordt geen bewijs gevonden voor andere soa’s zoals chlamydia, syfilis of HIV.
VRAAG 1: HOE BEHANDELT U DEZE PATIËNT?
A) U behandelt met ceftriaxone 1 g intramusculair eenmalig.
B) Afwachtend beleid, geen antibiotica.
C) U start met azithromycine.
2: WELK ADVIES GEEFT U AAN DEZE PATIËNT?
A) Geen seksueel contact hebben tot 7 dagen na de opstart van de behandeling en het verdwijnen van symptomen.
B) Condooms gebruiken indien de patiënt toch seksueel actief wil zijn.
C) Zijn recente seksuele partner(s) informeren zodat ook zij getest en behandeld kunnen worden.
D) A, B en C zijn allen juist.
VRAAG 3: WELKE STELLINGEN ZIJN CORRECT BIJ GONORROE?
A) Urethrale gonorroe bij mannen verloopt in ± 90% asymptomatisch.
B) Resistentie van N. gonorrhoeae voor ceftriaxone is hoog in België.
C) Gonorroe is een meldingsplichtige infectieziekte.
D) A, B en C zijn allen NIET juist.