Een 16-jarig meisje meldt zich in uw praktijk met acuut ontstane diarree sinds twee dagen. Ze heeft ook buikpijn en koorts. De diarree treedt frequent op (5 tot 6 keer per dag) en de meest recente ontlasting was bloederig. De patiënt vermeldt dat zij enkele dagen eerder een familiebijeenkomst bijwoonde waar onder meer hamburgers en salade werden geserveerd. Het vlees op de barbecue was mogelijk onvoldoende doorbakken. Er is geen recente reisgeschiedenis, noch bekende contacten met zieke personen. U vraagt een stoelgangonderzoek aan. Volgende dag is het bacterieel PCR-panel positief voor Shiga-toxine producerende E. coli (STEC).
VRAAG 1: WELK ADVIES GEEFT U AAN DEZE PATIËNT?
A. U start met ciprofloxacine.
B. Afwachtend beleid, geen antibiotica.
C. U verwijst de patiënt door naar het ziekenhuis.
VRAAG 2: VOLGENDE DAG WORDT U GEBELD DOOR HET DEPARTEMENT ZORG OMDAT:
A. een infectie met STEC en/of E. coli type O157 een meldingsplichtige ziekte is.
B. een infectie met STEC vaak gerelateerd is aan de consumptie van vlees.
VRAAG 3: WELKE STELLINGEN ZIJN CORRECT BIJ ACUTE GASTRO-ENTERITIS VEROORZAAKT DOOR STEC?
Verschillende stammen van STEC worden onderverdeeld in drie risicogroepen (hoog, intermediair en laag) op basis van hun vermogen om HUS te veroorzaken. B. STEC is een zoönose. De meeste infecties zijn in verband gebracht met consumptie van onvoldoende verhit rundsvlees zoals hamburger en gehakt.
C. Positieve stalen worden systematisch doorgestuurd naar het Nationaal Referentiecentrum (UZ Brussel) voor confirmatie, typering van het toxine en inschatting van het HUS-risico.
D. A, B en C zijn allen juist.
ANTWOORD
VRAAG 1:
Het juiste antwoord is: B. Het gebruik van antibiotica bij STEC-infecties wordt sterk afgeraden. Meerdere studies tonen een associatie tussen antibioticagebruik en een verhoogd risico op het ontwikkelen van het hemolytisch-uremisch syndroom (HUS). Dit wordt toegeschreven aan een verhoogde productie en vrijstelling van Shiga-toxines door bacteriële stressrespons onder antibiotische druk. Ook narcotische analgetica en antimotiliteitsmiddelen zoals loperamide worden ontraden, aangezien zij de blootstelling aan toxines verhogen door de vertraagde darmpassage en het risico op HUS vergroten. De behandeling van STEC-infecties is in de eerste plaats ondersteunend. Een adequate vocht- en elektrolytenbalans vormt de hoeksteen van de therapie om dehydratie en nierfalen te voorkomen.
VRAAG 2:
Het juiste antwoord is: A. Infecties met STEC zijn meldingsplichtige infectieziekten. Dit betekent dat zorgverleners en laboratoria wettelijk verplicht zijn om gevallen van STEC te melden aan de bevoegde gezondheidsautoriteiten (zoals het Departement Zorg in Vlaanderen) en, in geval van een uitbraak in een zorginstelling, aan de Zorginspectie.
VRAAG 3:
Het juiste antwoord is: D. De pathogeniteit van STEC wordt hoofdzakelijk bepaald door de productie van Shiga-toxines: Shiga-toxine 1 (Stx1) en Shiga-toxine 2 (Stx2). Vooral de Stx2-producerende stammen worden beschouwd als hoog risico, aangezien zij vaker leiden tot ernstige ziekte met bloederige diarree en HUS. Het bekendste serotype is E. coli O157:H7, dat vrijwel steeds Stx2 draagt en wereldwijd met grote uitbraken in verband is gebracht. Laagrisico STEC, die enkel Stx1 produceert, veroorzaakt doorgaans diarree die niet bloederig is.
Een STEC-infectie wordt bevestigd met een PCR-techniek (STEC stx 1/2 en E. coli O157 in bacterieel fecespanel). Positieve stalen worden doorgestuurd naar het Nationaal Referentiecentrum (NRC) voor confirmatie, typering van het toxine en inschatting van het HUS-risico. Via genetische analyse kan het NRC bovendien vroegtijdig uitbraken identificeren.
Bronnen:
Richtlijn Infectieziektebestrijding Vlaanderen: STEC-infectie. https://res.cloudinary.com/deueykgii/image/upload/v1734591380/STEC_Departement_Zorg_y2appm?_a=DATAg1RgZAA0
N Engl J Med 2023;389:1402-1414 : Shiga Toxin–Producing Escherichia coli and the Hemolytic–Uremic Syndrom